•  Snelle levering

  •  Persoonlijk advies

  •  Totaalconcept

Homepage Aphelinus abdominalis

Aphelinus abdominalis

Voor de bestrijding van bladluizen zoals aardappeltopluis (Macrosiphum euphorbiae) en boterbloemluis (Aulacorthum solani) kan de sluipwesp Aphelinus abdominalis worden ingezet.

De adulten zijn 2 tot 3 mm groot, hebben een zwart borststuk, een geel achterlijf, korte poten en korte voelsprieten. De overige stadia ontwikkelen zich in de gastheer. Het mannetje is kleiner dan het vrouwtje.

Levenscyclus en werkzaamheid

De adult legt haar eieren in de bladluis. De sluipwesp prikt hiervoor eerst de luizen in een poot om ze te verdoven. Vervolgens wordt de luis in het achterlichaam geprikt met de legboor en kan er een ei worden afgezet. De sluipwesp ontwikkelt zich dan in de bladluis. Daarnaast doodt de adult van Aphelinus enkele luizen voor gastheervoeding. Een geparasiteerde bladluis verandert in een leerachtige, zwartgekleurde mummie. Als de sluipwesp volwassen is, verlaat hij de mummie, hierbij een onregelmatig gekarteld gaatje achterlatend aan de achterkant van de mummie. Ruim 10 dagen na het uitzetten van Aphelinus abdominalis kunnen de eerste mummies worden waargenomen in het gewas.

Inzetschema

Aangezien de Aphelinus abdominalis niet erg mobiel is, moet het materiaal worden uitgezet bij de aangetaste planten. Daartegenover staat dat de vrouwtjes voor langere tijd, soms twee maanden, actief de bladluizen parasiteren. Voor het gebruik van Aphelinus zijn geen bijzondere klimatologische omstandigheden vereist. 

Verpakking:   fles (100 ml)
Inhoud:          500 adulten

De houdbaarheid is 1 tot 2 dagen, mits de flessen in het donker en bij een temperatuur van 8 °C tot 10 °C worden bewaard. In verband met de levensduur moeten deze bestrijders zo snel mogelijk na ontvangst in het gewas worden geïntroduceerd.