•  Snelle levering

  •  Persoonlijk advies

  •  Totaalconcept

Homepage Plagen Bladluis

Bladluis

Bladluizen vormen een opkomend probleem in de tuinbouw. Voorbeelden van bladluizen zijn boterbloemluis (Aulacorthum solani), katoenluis (Aphis gossypii) en de aardappeltopluis (Macrosiphum euphorbiae). Door hun snelle voortplantingsvermogen treedt er snel resistentie op tegen schadelijke chemische gewasbeschermingsmiddelen. 

De aardappeltopluis en de boterbloemluis komen vooral voor in snijbloemen en glasgroenten. Door de uitscheiding van honingdauw, waardoor vette vruchten en bladeren ontstaan, kunnen zij grote schade aanrichten.

Levenscyclus

De levenscyclus is van origine seizoensafhankelijk, maar in de bedekte teelt vereenvoudigd. De voorplanting is ongeslachtelijk. Specifieke mannetjes komen niet voor en alle individuen zijn in staat om leven voort te brengen. De ontwikkeling van luizen wordt gekenmerkt door vier nimfenstadia opgevolgd met het volwassen stadium. De vervellingshuidjes die ontstaan bij de ontwikkeling van de jonge luizen verraden hun aanwezigheid. Door de korte generatieduur is een populatie in staat zich explosief te ontwikkelen. Hierdoor kan er ook een resistentie tegen middelen worden opgebouwd. Bij hoge populatiedichtheden ontstaan gevleugelde exemplaren, die naar andere planten vliegen om een nieuwe kolonie te stichten. De ontwikkelingsduur is afhankelijk van het soort luis, de waardplant en de klimaatomstandigheden, maar is in het algemeen zeer kort (ruim een week bij 20 graden). 

Schadebeeld

  • Bladluizen kenmerken zich door het afscheiden van honingdauw. Dit heeft zijn weerslag op het fotosyntheseproces van de plant.
  • Door hun zuigsnuit te gebruiken kunnen de luizen virussen en toxische stoffen overbrengen.
  • Door hun zuigsnuit te gebruiken onttrekken zij voedingsstoffen aan planten. Dit remt de ontwikkeling van de plant en leidt tot misvormde bladeren.

© Copyright Biopol B.V. 2018.