•  Snelle levering

  •  Persoonlijk advies

  •  Totaalconcept

Homepage Steinernema feltiae

Steinernema feltiae

Steinernema feltiae is een microscopisch klein aaltje dat parasiteert op de larven van de varenrouwmug (Sciaridae).

Levenscyclus en werkzaamheid

Nematoden als Steinernema feltiae dringen bij de gastheer naar binnen via lichaamsopeningen of door de huid. Als ze binnen zijn, scheiden ze een bacterie uit die de gastheer binnen 24 uur doodt. De nematoden planten zich voort en de nakomelingen zoeken een nieuwe gastheer om zich te ontwikkelen. Geparasiteerde insecten worden geel tot (licht)bruin van kleur en verslijmen, waardoor ze vaak moeilijk zijn terug te vinden.

Inzetschema

Om Steinernema optimaal te laten functioneren, moet de grond een hoog vochtgehalte hebben. De bodemtemperatuur moet tussen de 13 ºC en 25 ºC zijn. Bij lichte aantastingen kan volstaan worden met een dosering van 500.000 aaltjes/m². 14 Dagen later kan de toepassing eventueel herhaald te worden. Bij zwaardere aantastingen dient een dosering van 1.000.000 aaltjes/m² toegepast te worden. 14 dagen later kan de toepassing eventueel met dezelfde of een lichtere dosering herhaald worden. Het materiaal dient op de hieronder beschreven wijze te worden opgelost in water en te worden uitgegoten of verspoten.

Bereiding en toepassing

Het gewas en de toplaag van de grond voor en na toepassing beregenen. De grond de eerste twee weken na toepassing goed vochtig houden.

1) Doe de gehele inhoud van een doosje (de verdeling van de aaltjes in het doosje is niet homogeen) in een emmer met 5 liter water van 15 ºC tot 20 ºC, goed doorroeren en 5 minuten laten weken. Hierna nogmaals goed roeren, 20 tot 30 seconden laten staan en uitgieten. Voor verspuiten dienen tevens de hieronder beschreven handelingen te worden verricht:

2) De oplossing dient overgegoten te worden in een tweede emmer waarbij het dragermateriaal in de eerste emmer moet achterblijven. De inhoud van de tweede emmer wordt overbracht in een spuittank en aangevuld tot de benodigde hoeveelheid spuitvloeistof is bereikt. Dan op de hieronder beschreven wijze direct verspuiten

3) Het verspuiten dient te gebeuren met een rugspuit, motorspuit of regenleiding, met een spuitdop van minimaal 1/2 mm (500 micron), bij voorkeur met een broeskop. Alle zeefjes moeten verwijderd worden om verstopping te voorkomen. De druk mag maximaal 5 bar zijn. Het materiaal moet over het grondoppervlak worden gespoten. Het materiaal gedurende het verspuiten voortdurend mengen om te voorkomen dat de aaltjes bezinken.

Verpakking   Doos (met zakje)
Inhoud:         50 of 500 miljoen larven (3e stadium)

De houdbaarheid is 6 weken, mits de dozen in het donker en bij een temperatuur van 2 ºC tot 6 ºC worden bewaard.